Hindu vivah

Door de vader van de bruid wordt de bruidegom ontvangen (argha). De bruidegom zit op een artistiek gedecoreerde en speciaal voor deze gelegenheid vervaardigd bank (pirha) en de bruid zit tegenover hem.

Agnisthapana: Het aanleggen van het vuur. Yojaka Agni d.i. vuur als verbinder van man en vrouw door de huwlijksband. De meeste ceremonien gaan gepaard met een vuuroffer (havan), waarbij Vedische mantra’s (heilige spreuken) worden gereciteerd. In het Hindoe ritueel neemt het vuur een voorname plaats in, omdat het zelfreinigend is en dan ook als symbool van reinheid is.

Vastradan: De vader van de bruid biedt kleren (dhoti) ten geschenke aan zijn aanstaande schoonzoon. Dit symboliseert dat de bruid altijd over kleding zal beschikken in haar leven.

Parasparasamiksana: Het elkaar aanzien van bruid en bruidegom.

Hastalepana: Het inwrijven van de handen van de bruid. De vader en de moeder van de bruid wrijven met dubagras en hardi op beide handen van de bruid. Deze ceremonie wordt aanschouwd als een laatste heiliging van de bruid alvorens zij ten huwelijk wordt gegeven.

Sakhochara en gotrauchara: Het opzeggen van sakha en gotre (sibbe) van bruid en bruidegom.

Kanyadan en panigrahan: De wegschenking van de bruid (huwlijkssluiting). De bruidegom houdt de rechterhand van de bruid vast. Op de hand van de bruid zit een deegbakje (loi). Vervolgens giet een broertje van de bruid langzaam vanuit de hoogte water in het deegbakje op de hand van de bruid. Het uitgieten van water is gebruikelijk bij de overdraging. Wat het symbool van leven is. Vervolgens gaat de bruid aan de rechterkant van de bruidegom zitten, hoewel in het echterlijke leven haar plaats aan de linkerkant van haar man is. (Behalve bij rituele handelingen en ceremonien).

Pao-Puji: Verering van de voeten van de bruid en bruidegom. Vader, moeder en overige familieleden (vooral vrouwen) bewijzen eer aan het echtpaar en geven allerhande geschenken. De bedoeling is om het jonge paar bij het opzetten van zijn huishouding behulpzaam te zijn.

Vaivahikhoma: Het huwlijksvuuroffer.

Laja-homa en bhanwar: De offerande van de geroosterde paddi en het rondtrekken rond het offervuur. De bruid en de bruidegom lopen zeven keer rondom het vuur. In de eerste drie ronden is de bruid voor de bruidegom, omdat de vrouw altijd voor is bij dharm (godsdienst) artha (rijkdom) en kaam (begeerte). Deze drie wandelingen gaan gepaard met angusthagrahan (vasthouden van de duim) en op een steen staan. De eerste symboliseert trouw en de tweede standvastigheid en ontwrikbaarheid. En hierna loopt zij (vierde wandeling) achter de bruidegom ten teken dat hij haar als zijn echtgenote heeft erkend, wat symbolisch door het binden van de bruid aan de bruidegom (granthi-bandhan) wordt uitgedrukt. Op deze wijze worden de overige vier ronden afgelegd.

Saptpadi: Het zetten van zeven stappen. De 7 schreden worden gedaan bij het vuuroffer in Noord-Oostelijke richting met de rechtervoet, terwijl men de linkervoet laat aanschuiven. Bij het zetten van elke stap zegt de pandiet een korte mantra. Dit is het symbool van trouw en plechtige verbondenheid.

Abhisekha: Besprenkeling van de bruid. De bruid en de bruidegom gaan weer op het huwelijksbankje zitten.

Dhruvavalokan: Het opzien naar Dhruwa, poolster ’s avonds en naar de zon overdag. Dit symboliseert standvastigheid en onwrikbaarheid.

Hriday-sparsh of te wel het aanraken van het hart van de bruid door de bruidegom.

 

Verwisselen van plaats op het huwelijksbankje: Hierna stelt de bruid 7 voorwaarden (saptvachan), welke op algemene, religieuze, financiele cooperatie, op huishoudelijke zelfstandigheid, op respect en trouw in het huwelijk betrekking hebben. En pas als de bruidegom belooft deze te zullen nakomen staat de bruid haar rechterplaats af en komt aan zijn linkerzijde (vamang) zitten. Hiermee geeft zij te kennen, dat zij hem overal zal volgen, daar zij nu zijn linker helft in het echtelijk leven is geworden.

De 7 voorwaarden zijn:

1.      Wanneer gij belooft mij naar religieuze feesten en plechtigheden mee te nemen, dan zal ik aan uw linkerzijde komen.

2.      Wanneer gij belooft, de offers ter ere van de “Goden”en de afgestorven baderen tezamen met mij te verrichten, dan zal ik ………………….

3.      Wanneer gij belooft, de verzorging van huisgenoten en vee aan mij over te laten dan zal ik ...........................

4.      Wanneer gij belooft, have en goed te beschermen en zonder mijn raad geen uitgaven te doen, dan zal ik …………….

5.      Wanneer gij belooft, bij het stichten van tempeltjes, heilige tuinen en vijvers mij daarin een aandeel te geven, dan zal ik…………..

6.      Wanneer gij belooft, bij het aankopen of verkopen van handelsartikelen niet buiten mij om te werk te gaan, dan zal ik…………….

7.      Wanneer gij belooft, dat gij u niet met andere vrouwen, hoe mooi dan ook, zult bemoeien, dan zal ik…………..

Na deze 7 voorwaarden stelt de bruidegom een voorwaarde:

Wanneer bij overeenkomstig mijn gedachten zal handelen en zal leven zoals een pativarta het betaamt (pativarta is een ideale vrouw z.a. Sita, Anoesoeja en Savitri) dan zal alles naar uw wens verlopen. Hierna neemt de bruid plaats aan de linkerzijde van de bruidegom.

Sindurdan en Sumagli: Het aanbrengen van sindhur (vermiljoen) op haar haarscheiding en zegewens. Hiermee wordt hechte vriendschap tussen beiden verzinnebeeld.

Slot van het huwelijk is zegen, waarbij voorspoed, rijkdom en lang leven wordt toegewenst.

Samengesteld door pandit Anand Kalapnat

U heeft geen PDF-plugin voor uw internet browserKlik hier om het PDF bestand te downloaden